Leertraject Copilot voor je team · stap 5

Mijn collega's willen niet aan Copilot. Wat nu?

De licenties zijn er, de startbijeenkomst is geweest, en toch gebruikt de helft van je team Copilot niet. Herkenbaar? Weerstand is normaal, en er zit bijna altijd een reden achter. In dit artikel lees je de drie meest voorkomende redenen, en per reden een aanpak die wél werkt.

In het kort

  • Weerstand is geen onwil. Achter "ik wil niet" zit meestal angst voor de baan, geen tijd, of een slechte eerste ervaring. Elke reden vraagt een andere aanpak.
  • Duwen werkt niet, uitnodigen wel. Onderzoek laat zien dat de combinatie van aanmoediging, goede toegang en training het gebruik enorm verhoogt: waar die drie samenkomen, gebruikt 93 procent van de medewerkers AI in het werk.
  • Neem de zorgen serieus in plaats van ze weg te wuiven. Wie zich gehoord voelt, wil vaak best een kleine proef doen.

Wat betekent dit voor mij?

Je hoeft niemand te bekeren. Je taak is uitzoeken wélke weerstand er speelt en daar passend op reageren. Dat scheelt je frustrerende discussies, en het voorkomt dat de licenties ongebruikt blijven terwijl jij verantwoordelijk bent voor het resultaat. Begin deze week met één gesprek: niet overtuigen, maar vragen waarom iemand het niet gebruikt.

Eerst luisteren, dan pas oplossen

De grootste fout is alle weerstand hetzelfde behandelen, meestal met nog een enthousiaste presentatie. Maar iemand die bang is voor zijn baan, heeft niets aan een demo. En iemand die geen tijd heeft, wordt van een extra bijeenkomst alleen maar bozer. Vraag dus eerst: "Wat houdt je tegen?" De drie antwoorden die je het vaakst hoort, staan hieronder.

Weerstand 1: "Straks maakt dit ding mijn baan overbodig"

Deze angst is serieus en verdient een serieus antwoord, geen dooddoener. Wat je eerlijk kunt vertellen: het grootste onafhankelijke onderzoek tot nu toe, onder 25.000 werkenden in Denemarken, vond na twee jaar AI-chatbots op het werk geen meetbaar effect op lonen en gewerkte uren. De tijdwinst was gemiddeld bescheiden, zo'n 2,8 procent. AI verandert taken, maar van massaal verdwijnende kantoorbanen is in dit onderzoek niets te zien.

Wees ook eerlijk over wat je niet weet: niemand kan de toekomst voorspellen. Juist daarom is meedoen verstandiger dan afwachten. Wie ervaring heeft met AI, staat sterker dan wie het genegeerd heeft.

Weerstand 2: "Ik heb hier echt geen tijd voor"

Vaak terecht: leren kost tijd, en die tijd moet ergens vandaan komen. De oplossing is niet "maak er maar tijd voor", maar de drempel verlagen:

  • Laat iemand met één taak beginnen, niet met tien. Bijvoorbeeld alleen lange mails samenvatten.
  • Geef er echt tijd voor, bijvoorbeeld een vast kwartier per week. Zonder die tijd is de vraag niet eerlijk.
  • Vertel wat het oplevert: Microsoft onderzocht zelf dat gebruikers die zo'n 11 minuten per dag besparen, het volhouden. De winst zit dus al in kleine dingen.

Voorbeeldzin voor het gesprek: "Ik vraag je niet om fan te worden. Ik vraag je om zes weken één taak met Copilot te proberen, in tijd die je ervoor krijgt. Daarna hoor ik graag jouw eerlijke oordeel, ook als dat negatief is."

Weerstand 3: "Ik heb het geprobeerd en het was niks"

Ook deze reactie is logisch. Een vage prompt geeft een slecht antwoord, en één slechte ervaring blijft hangen. Wat helpt:

  • Vraag wat diegene precies probeerde. Vaak was de opdracht te vaag, of de taak niet geschikt.
  • Laat een collega vijf minuten meekijken bij een taak die wél goed werkt. Voordoen overtuigt meer dan vertellen.
  • Wijs op Hoe schrijf ik een goede prompt? en op Zo herken je fouten van Copilot, zodat de tweede poging beter start dan de eerste.

Zo kan het werken: een voorbeeld

Neem Mark, een verzonnen teamleider op een schadeafdeling. Vier van zijn tien mensen gebruikten Copilot niet. In korte gesprekken hoorde hij drie verschillende verhalen: twee collega's waren bang dat de afdeling ging krimpen, één had het te druk, en één had een slechte eerste ervaring met een samenvatting vol fouten. Mark deelde het Deense onderzoek en zei eerlijk dat hij de toekomst ook niet kent. De drukke collega kreeg een vast kwartier per week voor één taak. En naast de teleurgestelde collega ging het aanspreekpunt van het team een keer vijf minuten zitten. Twee maanden later gebruikten negen van de tien Copilot voor minstens één taak. De tiende niet, en dat mag.

Soms heeft de weerstand gelijk

Niet alle weerstand is een probleem dat jij moet oplossen. Soms wijst ze op iets echts: taken waar Copilot gewoon niet goed in is, te weinig tijd om te leren, of afspraken over gegevens die nog ontbreken (zie stap 4, Spelregels voor AI op kantoor). Luister daar dan naar en los dát op. En accepteer dat een enkeling niet meedoet. Een team waarin de meesten Copilot goed gebruiken, is al winst. Honderd procent is geen doel.

Zelf verder

Twijfelen je collega's vooral of het überhaupt iets oplevert? Deel dan Maakt Copilot nou écht verschil?, geschreven voor precies die groep. En voor collega's die opnieuw willen beginnen is er de startgids Je eerste keer Copilot.

Je hele team meekrijgen, ook de twijfelaars?

In het teamtraject (in-company) oefent iedereen op het eigen werk, in gewone taal. Juist de sceptische collega's komen daar los.